Een bergmentaliteit voor het dagelijks leven

De man die voor me liep merkte ik pas een paar minuten eerder op voor me op het wandelpad. We waren beide op weg naar de top van Mount Whistlers, een 2464 meter hoge berg in Canada. De meeste toeristen nemen eerst een kabelbaan, maar de man koos net als mij ervoor om te voet naar de top te wandelen. Breed grijnzend stond hij me op de top op te wachten en riep in het Engels, maar met een zwaar Duits accent hoe geweldig het uitzicht was. “Kommen Sie aus Deutschland oder aus Österreich?” vroeg ik hem. Met een klap op mijn schouder antwoordde hij: “Über 2000 Meter gibt es kein ‚Sie. Man sagt: Du!” Vrij vertaald is dat: Boven de 2000 meter spreek je elkaar niet aan met ‘U’. Daar zegt men gewoon ‘jij’.

We hadden elkaar nooit eerder ontmoet, en de ontmoeting duurde uiteindelijk nog geen vijf minuten. Toch hadden we in die korte tijdspanne een fijne connectie. We bereikten hetzelfde doel, waren beide enthousiast en voelden ontlading na de inspanning. Meer dan tien jaar geleden gebeurde dit, en nog steeds is de herinnering scherp. Het is niet ongewoon dat bergwandelaars elkaar begroeten. Als een ongeschreven regel is een kleine begroeting niet alleen een vorm van beleefdheid, maar ook een manier om even na te gaan of de andere persoon oké is. Kleine connecties die vanzelfsprekend zijn in de bergen maar in het dagelijkse leven als vreemd worden beschouwd, bijvoorbeeld als we op weg van het station naar het werk. Nochtans zijn micro-ontmoetingen belangrijk voor ons welzijn. Kleine connecties met mensen die een gezamenlijke interesse delen, een buurt delen waarin men woont, herkenbare gezichten… het zijn allemaal interacties die betekenis en kleur geven aan het leven.

In één van de studies waar ik aan meewerkte vroegen we aan zeer kwetsbare ouderen, mensen die vaak het huis niet meer buitengingen en een klein netwerk hadden, wat hun betekenis gaf. Op welke manier zij het gevoel hadden aan de samenleving te participeren. De resultaten waren zowel verrassend als eenvoudig. Een dame vertelde hoe ze vanachter het raam van haar huis naar de mensen keek en enthousiast werd als er iemand een hand naar haar opstak. Of hoe mensen voelden dat ze nog erbij hoorden wanneer iemand een kort bezoekje bracht om hen in te lichten over wat er allemaal buiten gebeurde. Even goed kregen we voorbeelden van sommige ouderen die, ondanks hun kwetsbaarheid, nog heel actief participeerden in de samenleving. Maar wat me het meest bijbleef waren toch hoe kleine gebaren de behoefte van erbij te horen kunnen vervullen.

In de studie beschreven we ook wat sociaal contact kan belemmeren. Zoals het verdwijnen van een buurthuis of kleine zelfstandigen in de buurt. Of hoe fysieke beperkingen je letterlijk beperken om spontaan met iemand af te spreken voor een diner. Steeds meer ervaar ik zelf dat dit ook voor andere leeftijdscategorieën telt. Mensen die vaak de trein of de bus nemen zien in de spits het grootste deel van de pendelaars op hun smartphone kijken. Ik pleit zelf ook schuldig. Mijn eigen mini experimenten om niet naar een scherm te staren op de trein duurden nooit lang. We hebben onze smartphone dichtbij ons om in contact te blijven met ons netwerk maar verliezen zo het contact met leven dat aan ons voorbijgaat.

Dat laatste heb ik ergens gelezen, ik weet niet meer waar, maar de kans is groot dat het op mijn smartphone was. Misschien terwijl ik stond aan te schuiven in de rij bij de bakker, waar de andere klanten voor en achter me ook op hun scherm zaten te kijken. Plaatsen waar micro ontmoetingen lijken te verdwijnen en de situaties waarin ze kunnen ontstaan ook. Voor mijn eigen brood ben ik sinds het pensioen van de dorpsbakker aangewezen op een industriële bakker een dorp verder. De mensen die me daar bedienen zijn flexijobbers of studenten. Slechts af en toe herken ik een gezicht. De spontane babbels zijn verdwenen, hoewel ik daar toch behoefte aan heb. Het voelt aan alsof ik op de bergtop kom en geen contact kan leggen met een andere wandelaar. Mijn behoefte aan sociaal contact is op werkdagen wanneer ik niet naar kantoor moet, volledig uit balans.

De natuur in dan maar! Bij gebrek aan bergen trek ik met vrienden graag de bossen en de velden in. Of alleen als ik even het hoofd wil leegmaken. Wat me tijdens de solotochten opvalt is dat de kleine ontmoetingen ook op ‘den buiten’ schaarser worden. Daar waar we nochtans weg zouden zijn van het individualistische stadsleven. Cafés onderweg zijn meer gesloten dan open en op minder zonnige dagen passeer ik vaak niemand. Eens zwaaien naar een persoon die achter het raam zit is in Vlaanderen bijna onmogelijk door metershoge hagen. Toen ik mijn frustratie hierover laatst deelde aan mijn wandelmaat op een tocht door de Vlaamse Ardennen, vertelde hij hoe hij ooit van een Amerikaan had gehoord dat ‘Belgium the land of the hedges’ is. De Amerikaan bleek een grote fan te zijn van de koers en had tijdens televisiebeelden van onze wielerklassiekers geobserveerd hoe al onze percelen gescheiden worden door hagen. Ik kreeg dit verhaal te horen toen we net één van de bergen van de Ronde Van Vlaanderen waren gepasseerd en voorbij een villa wandelden met een metershoog traliehek. Het was geen haag dus je kon er in principe door kijken, maar de camera’s op het hek hielden dat op een manier tegen.

Hoe meer je erop begint te letten, hoe sterker het opvalt. Bij nieuwe verkavelingen buiten de stad zie je rond elk perceel een anderhalve metershoge omheining van draad waar de klimop niet snel genoeg omhoog kan groeien. Iedereen op een eigen privé eiland.

Er zijn ongetwijfeld verschillende theorieën, maatschappelijke evoluties en culturele verschillen die kunnen verklaren waarom mensen zich meer openstellen of net afzonderen of, in mindere mate, wel of niet open staan voor micro-connecties. Bepaalde personen ervaren dit misschien als een belasting? “Laat mij alstublieft mijn boek lezen!” vertelde een collega me over hoe ze op de trein werd gestoord door andere reizigers die volgens haar te veel en waarschijnlijk te luid praatten. Een periode van afzondering kan heel rustgevend zijn, maar micro ontmoetingen hoeven privacy niet in de weg staan. We hebben zowel behoefte aan privacy als aan sociaal contact. Sociale connecties zijn een fundamenteel element in het menselijk leven. Ik heb een sterke overtuiging dat ons maatschappelijk welzijn erop vooruit zal gaan als we meer open staan voor babbels op straat. Een vrijwaring voor die overtuiging ligt mogelijks bij mijn 50% Nederlandse genen, maar wordt ook gevoed door persoonlijke ervaringen, eigen wetenschappelijk werk en dat van anderen. In verschillende landen werden ‘say hello’ experimenten uitgevoerd waar testpersonen werden gevraagd om voor een bepaalde periode tegen elke passant hallo te zeggen. Er werd vanuit gegaan dat mensen dit ongemakkelijk zouden vinden, maar het bleek net voor veel positieve ervaringen te zorgen. De bergmentaliteit is dus ook aanwezig in de metro.

© Daan Duppen, 2026.
Citeren mag met bronvermelding. Voor volledige overname graag vooraf contact opnemen.